Weconomics, idiote droom of ambitie? Voor niets gaat de zon op

Het is 1 augustus 2010. Ik ben op de bekende boekenmarkt in Deventer. Lekker vroeg. Vooruitlopend op de massa. Op één van de tafels van een boekhandelaar zie ik een boek met een zonnige omslag. Titel is “Elke dag als de zon opkomt”. Schrijver Paul Bessems. Ik ben in een goede bui, neem de tijd en begin de achterkant van het boekwerk te lezen. Een managementboek in de vorm van een spannende roman. Het boek beschrijft op een speciale wijze het ontstaan van de community economie. Een economie waarin mensen steeds meer gaan samenwerken in communities. Ik schaf het aan en later dat jaar kom ik meer te weten over communicity economie, ofwel Weconomics. Ik besluit, zoals het boek aanbeveelt, me via sociale media op de hoogte te laten houden.

Afgelopen jaar kreeg ik via de sociale media bericht van Paul Bessems dat er een vervolg zou komen op “Elke dag als de zon opkomt”. Het vervolg heet “Weconomics”. Ik meld me bij hem aan om het boek te lezen en het te voorzien van een recensie. Waar het eerste boek op een fictieve manier ingaat op de geschiedenis van Weconomics, laat zijn volgende boek zien hoe de informatiewerker van nu de 21e moet overleven.

In de inleiding geeft de schrijver Paul Bessems zichzelf de opdracht dat het boek moet helpen bij het verbeteren van de productiviteit van de informatiewerker. “Niet zozeer door door binnen de bestaande bedrijven nieuwe concepten toe te passen, maar door nieuwe concepten in te zetten in nieuwe organisatievormen, zoals communities en gedeelde informatie netwerken”. In de inleiding krijg je als lezer het probleem in het kort voorgeschoteld: “…we zijn afhankelijk geworden van hulpmiddelen die we als mens zelf gecreëerd hebben. Maar we zijn zo aan deze hulpmiddelen en materiële welvaart gewend geraakt, dat we, nu deze middelen en welvaart te duur blijken, niet meer zonder kunnen…” In vogelvlucht geeft Paul Bessems in zijn inleiding de oplossing, namelijk door werkorganisaties opnieuw op te bouwen. Het boek is een onderdeel van een Weconomics programma. “Weconomics is een manier van denken om organisaties, en de samenwerking daartussen, te onderzoeken, te beschrijven, te verklaren, te ontwerpen, in te richten, te ontwikkelen en te beheren”. Ik blijf nieuwsgierig en als communicatie-adviseur voel ik me via de beschrijving van de doelgroep aangesproken. Ik lees verder.

Het boek legt op een interessante wijze de relatie tussen werk, productiviteit en welvaart. De conclusie van de schrijver is dat informatie weliswaar een belangrijke productiefactor is, maar dat de informatiewerker niet productiever is geworden. En daar ligt volgens de schrijver de kans, namelijk meer tijd winnen voor voor andere gedeelde taken en oplossingen. Dat impliceert volgens mij dat de informatiewerker nu van specialist generalist wordt. In het boek wordt ook een analyse gemaakt van de huidige situatie. Dat doet de schrijver eerst aan de hand van een zestal perspectieven en vervolgens vanuit negen patronen. Vanuit de analist logisch, maar voor de lezer wat onoverzichtelijk. Gelukkig vertaalt zich dat in een soort programma van eisen voor de opzet van een nieuw organisatiemodel, gebaseerd op de gedachte van Weconomics. Dat maakt het toekomstperspectief wel behapbaar, alhoewel de schrijver zelf ook een afbreukrisico noemt. “… Het druist in tegen wat we verwachten en graag willen horen en zien. We vinden vooral modellen en theorieën, die aansluiten bij ons verwachtingspatroon en ons belang, waar, ook al is dat objectief gezien niet zo…”

Het boek bouwt het organisatiemodel verder uit met diverse bouwstenen zoals een denkkader, fundamenten, opdrachten en een organogram. Organogram? Ja, organogram. Vervalt dit programma van eisen ook in een blauwdruk, een format of iets dergelijks, iets waar juist deze filosofie een beetje afstand van neemt? De schrijver waarschuwt later dat een organogram in dit model vooral bedoeld is als een visualisatie van de verschillende rollen binnen een organisatie en de relatie daartussen. Paul Bessems bouwt het model op als een nieuw huis. Een verbouwing is niet aan de orde. Willen we op een andere en verantwoorde manier verder werken met informatie, kennis en productiviteit, dan moeten we volgens de schrijver helemaal opnieuw opbouwen. Hij geeft daarbij een aantal opdrachten mee. Deze lijken voor de hand maar helpen wel met het opzetten van een organisatiemodel.

In het vijfde hoofdstuk duikt de schrijver weer even in de geschiedenis en dan met name over die van het World Wide Web. Vond ik zelf even wat minder interessant, maar de geschiedschrijving mondt vervolgens wel weer uit in een aantal interessante uitgangspunten voor de infrastructuur van de Weconomics. Hoewel het verhaal verder wat technisch overkomt, blijft het leesbaar en interessant. Ditzelfde geldt voor de uitleg over communities. Uitgangspunten worden afgewisseld met organisatietechnische verhandelingen en geschiedenis. Maar het blijft leesbaar en interessant. Het boek sluit af met een aantal concepten en de transitie van een klassiek naar een nieuw organisatiemodel. Weconomics is volgens Paul Bessems werkbaar en er worden in het boek concrete stappen gezet voor een daadwerkelijke transitie. Hanteerbaar en overzichtelijk. Het zet mij als communicatie-adviseur bij een gemeentelijke overheid wel aan het denken. Zeker bij een terugtredende overheid.

Hoe ziet dan een nieuw organisatiemodel volgens het Weconomicsconcept eruit? In vogelvlucht: “Binnen het een community staat een markt, met vraag en aanbod van toegevoegde waarde, centraal….. De samenwerking tussen vraag en aanbod wordt gefaciliteerd door een gedeeld informatienetwerk, dat geleverd wordt door een netwerkeigenaar… Een communityleider is daarbij regisseur… “. Volgens Paul Bessems zullen bedrijven gemiddeld kleiner en daarmee flexibel worden. “Gelijktijdig zullen samenwerkingsverbanden en gedeelde informatienetwerken gemiddeld groter worden…”. Andermaal stelt de schrijver dat samenwerken in gedeelde informatienetwerken echter nog steeds op weerstand en problemen stuit omdat de meeste werkorganisaties nog uniek georganiseerd en geautomatiseerd zijn. Er is dus nog een wereld te winnen. Maar de schrijver komt in het einde van zijn boek met een aantal aanbevelingen voor het opzetten en exploiteren van een community. Ik ben daardoor als lezer niet alleen getuige van een transformatie in een organisatiemodel volgens de filosofie van Webeconomics, maar ik word ook uitgedaagd om deel te nemen. Zegt de schrijver. Ik hoop het. Zeker in traditioneel opgebouwde organisaties. Weconomics, idiote droom of ambitie? That’s the question!

Tenslotte merk ik op dat het een zeer leesbaar boek is met een hele interessante filosofie. “Weconomics pleit voor een welvaartssysteem, waarbij de mens weer de eenheid van denken is en een gemeenschap, gemeenschapszin en samenwerken centraal staan”. Dat spreekt mij vooral aan. Maar voor niets gaat de zon op, denk ik. Ik ben nieuwsgierig naar de rest van het programma Weconomics.

Als u het boek wilt lezen dan is de volgende informatie van belang.
Titel: Weconomics. Hoe overleef je als informatiewerker de 21e eeuw.
Schrijver: Paul Bessems
ISBN: 978 90 232 5103 3
ISBN ebook: 978 90 232 5104 0

20140118-160908.jpg

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s